Wat blijft er van een jaar?
Ik ben de sporen gaan tellen. De agenda’s, de boodschappenlijstjes in zijn handschrift, de stiltes die langer werden. Schrijven is het enige wat de tijd nog even ophoudt.
Er is een jaar geweest dat geen jaar was. Het had wel de vorm ervan: twaalf maanden, vier seizoenen, een verjaardag die we vierden alsof er nog vele zouden volgen. Maar iedereen aan tafel wist dat we in een tussentijd zaten, en niemand sprak dat uit.
Ik ben de sporen gaan tellen. Zijn agenda, waarin de afspraken steeds korter genoteerd stonden, tot ze enkel nog een letter waren. De boodschappenlijstjes in dat schuine handschrift dat ik van hem heb overgenomen zonder het te willen. De stiltes aan de telefoon die langer werden en die ik, uit beleefdheid of angst, opvulde met nieuws dat niet belangrijk was.
Wat blijft er van zo’n jaar? Geen herinnering aan grote gebeurtenissen, want die waren er niet. Wel een reeks kleine handelingen die ik pas achteraf als afscheid herken: hoe hij de krant vouwde, hoe hij mijn naam zei als ik binnenkwam, hoe hij op het laatst mijn hand niet meer losliet.
Schrijven is het enige wat de tijd nog even ophoudt. Niet omdat het iets terugbrengt, maar omdat het dwingt om te blijven kijken. Elk woord is een seconde die niet voorbij mag gaan voor ik hem heb gezien.
Dit boek is daaruit ontstaan. Niet als monument, wel als een poging om een jaar dat geen jaar was, alsnog een vorm te geven.